In Nederland staat de discussie over de AOW-leeftijd volop in de belangstelling. Het kabinet wil de pensioenleeftijd vanaf 2033 automatisch koppelen aan de levensverwachting: stijgt deze, dan stijgt ook jouw pensioenleeftijd — mogelijk richting 70 jaar of hoger in de toekomst. Volgens berekeningen kan dit betekenen dat jongere generaties pas rond hun zeventigste AOW-gerechtigd worden als levensverwachting blijft toenemen.
Maar wat betekent een later pensioen, oftewel langer doorwerken, eigenlijk voor jouw lichaam en geestelijke gezondheid? We zetten de belangrijkste gevolgen op een rij — onderbouwd met betrouwbare onderzoeken — zodat je weet wat je kunt verwachten als het pensioen steeds verder opschuift.

Alles op een rijtje
1. Meer jaren werken met gezondheidsproblemen
Langer doorwerken betekent dat mensen vaker moeten werken òp momenten waarop hun lichaam en geest al tekenen van veroudering vertonen. Onderzoek laat zien dat oudere werknemers vaker met lichamelijke beperkingen werken en dat gezondheidsproblemen bij hogere leeftijd toenemen, ongeacht werkcondities.
Dit kan ertoe leiden dat steeds meer mensen lichamelijk ongemakkelijk of pijn ervaren tijdens het werk, wat niet alleen stress verhoogt, maar ook kan leiden tot vroegtijdige uitstroom uit de arbeidsmarkt door gezondheidsklachten.
2. Langer werken verhoogt de kans op ziekteklachten
Er zijn empirische gegevens die suggereren dat een verhoging van de pensioenleeftijd gepaard kan gaan met slechtere gezondheidstoestanden bij oudere werknemers. Zo toont een studie uit de Journal of the Economics of Ageing aan dat toenemende pensioenleeftijden samenhangen met een hogere prevalentie van aandoeningen zoals mentale problemen, musculoskeletale klachten en obesitas.
Dit betekent dat langer werken niet alleen langer actief zijn is, maar dat het ook kan bijdragen aan negatieve gezondheidseffecten, zeker als lichamelijke en geestelijke veerkracht afneemt.

3. Grotere druk op zorg door slecht werkvermogen
Een ander gevolg van langer doorwerken is dat oudere werknemers het werk soms voortzetten met verminderd werkvermogen en in slechte gezondheid, blijkt uit rapporten waaruit het RIVM citeert. Het onderzoek laat zien dat hoewel veel 55-plussers in goede conditie blijven werken, een significant deel met gezondheidsproblemen blijft doorwerken.
Dit betekent mogelijk een stijging van ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en de behoefte aan medische ondersteuning op latere leeftijd, wat ook de zorgsector onder druk kan zetten.
4. Verminderde werkcapaciteit bij fysiek zwaar werk
Niet iedereen zal eenvoudig kunnen doorwerken tot een hogere pensioenleeftijd. Werkenden in fysiek zware beroepen hebben meer kans op gezondheidsschade; zij zijn vaker blootgesteld aan hoge fysieke belasting en staan daardoor onder grotere stress om langer te blijven werken.
Voor deze groepen kan een pensioengerechtigde leeftijd richting 70 jaar betekenen dat ze simpelweg lichamelijk niet langer gezond kunnen blijven werken, wat kan leiden tot een groeiende groep mensen met arbeidsongeschiktheidsuitkeringen of vroegtijdige uittreding.

5. Psychische belasting en stress door langere loopbaan
Hoewel langer doorwerken voor sommige mensen kan betekenen dat ze langer actief blijven in sociale zin — wat op zichzelf gezond kan zijn — kan een verplichte latere pensioenleeftijd psychologische druk veroorzaken. Het dilemma van moeten doorwerken terwijl je het gevoel hebt dat je op je top bereikt bent of signalen van burnout ervaart, kan stress, vermoeidheid en negatieve mentale symptomen verergeren.
Daarnaast kan het gevoel van gebrek aan controle over wanneer je stopt met werken mentaal zwaar wegen, vooral als dit niet aansluit bij iemands lichamelijke gesteldheid.
6. Mogelijk sociale gevolgen zoals isolatie
Tot slot zijn er maatschappelijke gezondheidseffecten die indirect samenhangen met later pensioen. Ouderen die langer moeten werken, kunnen minder tijd hebben voor sociale activiteiten, hobby’s of mantelzorg — factoren die bewezen belangrijk zijn voor mentale gezondheid en kwaliteit van leven op oudere leeftijd. Langere werkdagen en minder vrije tijd kunnen bijdragen aan eenzaamheid en verminderd sociaal contact, wat weer kan leiden tot verhoogde gezondheidsrisico’s later in het leven.
Gevolgdenken is essentieel
Een hogere pensioenleeftijd richting de 70 jaar kan helpen om de financiële houdbaarheid van het pensioensysteem te versterken en de arbeidsmarktparticipatie te verlengen. Maar zulke veranderingen hebben ook duidelijke consequenties voor de gezondheid van werkenden, vooral op fysiek en mentaal vlak.
Het is belangrijk dat beleid rekening houdt met verschillen tussen beroepen, arbeidsomstandigheden en individuele gezondheid, en tegelijkertijd maatregelen biedt — zoals betere arbeidsomstandigheden, gezondheidszorg op de werkvloer en flexibele uitstaproutes — om de risico’s te beperken.

FAQ — Veelgestelde vragen
1. Waarom wil de overheid de pensioenleeftijd verhogen?
Om de betaalbaarheid van het pensioenstelsel op lange termijn te waarborgen, komt de pensioenleeftijd steeds meer te meegaan met de levensverwachting.
2. Zal iedereen tot 70 moeten werken?
Niet meteen. De pensioenleeftijd wordt gefaseerd en gekoppeld aan levensverwachting. Voor de komende jaren blijft de AOW rond de huidige 67 jaar en 3 maanden liggen maar later kan dit doorstijgen.
3. Is langer werken altijd slecht voor je gezondheid?
Dat verschilt per individu, beroep en levensstijl. Sommigen blijven gezond doorwerken, maar een aanzienlijke groep ontwikkelt gezondheidsproblemen of werkt met beperkingen.
4. Zijn er voordelen aan langer doorwerken?
Ja — werk kan sociale betrokkenheid versterken en mentale scherpte ondersteunen, maar deze voordelen zijn afhankelijk van de aard van het werk en persoonlijke omstandigheden.
5. Wat kunnen werkgevers doen om de negatieve effecten te beperken?
Werkgevers kunnen flexibiliteit, ergonomische aanpassingen, deeltijdopties en gezondheidsprogramma’s bieden om oudere werknemers duurzaam inzetbaar te houden.